Metrieken en attributen gebruiken

Benodigde licentie

Abonnement Suite Professional of hoger, Explore Professional of hoger
Toegang Agent

Metrieken zijn wat je telt, attributen zijn hoe je groepeert. Die twee door elkaar halen is de gebruikelijkste reden dat een rapport niet lukt.

Het onderscheid

Een metriek levert een getal op: opgeloste tickets, gemiddelde eerste reactietijd, tevredenheidscijfer. Een attribuut levert een categorie op: agent, maand, kanaal, prioriteit.

Getallen staan in het midden van het rapport; categorieën staan langs de randen.

De test

Kun je het optellen? Tickets kun je optellen; agents niet. Is optellen zinloos, dan is het een attribuut.

Waar het verwarrend wordt

Prioriteit ziet er numeriek uit en is een categorie. Ticket-ID is een getal en is een aanduiding. Geen van beide hoor je op te tellen, en allebei worden ze zo aangeboden dat je het kunt proberen.

Eén metriek, een of twee attributen

"Opgeloste tickets" per "agent" en per "maand" is leesbaar. Kanaal en prioriteit erbij levert een tabel met honderden cellen op die niets beantwoordt.

Tijdattributen hebben niveaus

Dag, week, maand, kwartaal, jaar. Het verkeerde kiezen is het verschil tussen een grafiek die een ontwikkeling toont en een die ruis toont: dagvolume over een jaar is onleesbaar, per maand is helder.

Aangepaste velden verschijnen als allebei

Een aangepast veld kan binnenkomen als attribuut waarop je groepeert. Een numeriek veld kan ook een metriek zijn. Kijk na welke je hebt gekozen, want het rapport bouwt allebei en betekent iets anders.

Als een metriek ontbreekt

Dan zit hij in een andere dataset, of hij is een berekening die je moet vastleggen. Kijk eerst de dataset na; het tweede is meer werk dan de meeste mensen verwachten.

Zie ook

Was dit artikel nuttig?

0

Kom je er niet uit?

Ons supportteam kijkt met je mee.

Opmerkingen

0 opmerkingen

Artikel is gesloten voor opmerkingen.